Concerten

Roostenzangers brengen opera van Mozart

Het Eindhovens Gemengd Koor "De Roostenzangers" verzorgt op woensdag 6 november 2002 in het Muziekcentrum Frits Philips te Eindhoven een concertante uitvoering van een grote selectie uit de opera "Idomeneo, Re di Creta" van W.A. Mozart. Het concert, waarbij wordt samengewerkt met een professioneel orkest en professionele solisten, begint om 20.15 uur.

De gekozen selectie doet het werk inhoudelijk volledig tot zijn recht komen en bevat alle hoogtepunten van de opera. Nog niet eerder heeft een amateurvereniging in Eindhoven en (wijde) omtrek een dergelijke uitvoering van Idomeneo tot stand gebracht, terwijl er de laatste vijftig jaar ook geen of hooguit een enkele professionele productie van dit werk is geweest.  In dit opzicht is dit concert als uniek te beschouwen. Deze uitvoering van Idomeneo past bovendien in de recente herleving en de groeiende waardering voor deze muzikaal verfijnde opera, die brede belangstelling en erkenning en het bevorderen daarvan verdient.

Medewerkenden

Aan dit concert werken mee de tenorsolisten Marten Smeding (Idomeneo) en Rein Kolpa (Idamante en Gran Sacerdote) en de sopraansolisten Ellen Schuring (Ilia) en Marjorie Ginczinger (Elettra). De begeleiding wordt verzorgd door het professionele barokorkest Florilegium Musicum, dat gespecialiseerd is in de Mozart-stijl en speelt op authentieke instrumenten.
Het geheel staat onder leiding van Jos Thomassen, de dirigent van het koor.

Toegangsprijzen

De toegangsprijzen bedragen : *-rang € 19,25, 1e rang € 17,--, 2e rang € 14,75 en de 3e rang € 12,50. Kaarten zijn uitsluitend te koop aan de kassa van het Muziekcentrum.

Idomeneo, Re di Creta, KV 366, de compositie

Idomeneo is de eerste van de zeven grote, rijpe opera’s van Mozart. De eervolle  uitnodiging om een grote operaproductie te brengen aan de opera te München greep Mozart met beide handen aan en hij legde zijn ziel en zaligheid in dit werk Omdat hij hierbij kon samenwerken met het beste orkest van zijn tijd, de ‘Mannheimers’, was Mozart extra gemotiveerd. Bovendien beschikte de opera van München over een uitstekend koor en ballet. Het resultaat van een intensieve samenwerking tijdens de repetities, waarbij het componeren en aanpassen doorging tot vlak voor de generale, was een briljant georkestreerde opera met prachtige massascenes voor koor en ballet. Hoewel geïnspireerd door de Franse operatraditie en zijn grote voorbeeld Gluck, was de aanpak van Mozart bij de aaneenrijging van recitatieven, aria’s en ensembles vernieuwend qua dramatische ontwikkeling en sfeerschildering. De première op 29 januari 1781 en de daarop volgende voorstellingen waren dan ook een groot succes.

Vijf jaar lang deed Mozart verwoede pogingen om het werk ook in Wenen op de planken te krijgen en een bredere erkenning ervoor te verwerven. Uiteindelijk vond op 13 maart 1786 een concertante uitvoering plaats aan het hof van Fürst Auersperg; hiervoor waren belangrijke aanpassingen van de partituur nodig, de ‘Wiener Revision’. Deze uitvoering bevorderde de bekendheid van het werk nauwelijks. Mozart bleef zich beijveren voor Idomeneo en plande verdere revisies. Tot uitvoeringen is het tijdens zijn leven echter niet meer gekomen. Jaren na zijn dood verhaalde zijn weduwe Constanze nog, dat - direct ná Don Giovanni – de opera Idomeneo hem het meest aan het hart lag en dat hij samen met haar aan het klavier vaak stukken uit Idomeneo gezongen en gespeeld had.

In de 19de eeuw waren er enkele uitvoeringen in Duitsland en Oostenrijk in Duitse vertaling, zonder noemenswaardig en blijvend succes. In de dertiger jaren van de 20ste eeuw zorgden vrije, omstreden bewerkingen door Richard Strauss en Ermanno Wolf-Ferrari voor een korte opleving. De feitelijke herontdekking van het werk vond plaats in het Mozart-jaar 1956, bevorderd door een nieuwe uitgave van de partituur, die het origineel vrij goed volgde. De daarop volgende Neue Mozart-Ausgabe en het opduiken van verloren gewaand oorspronkelijk materiaal zorgden in de jaren negentig voor een verdere revival en een brede internationale erkenning.

Idomeneo, Rè di Creta, KV 366, een beknopte samenvatting van het verhaal

Plaats en tijd van handeling: de stad Sidone op het eiland Kreta in de klassieke oudheid, direct na de val van Troje.

Wat aan de handeling voorafging.

Nadat de schone Helena, echtgenote van koning Menelaos van Sparta, door de Trojaanse prins Paris geschaakt was, riepen Menelaos en zijn broer Agamemnon, koning van Argos, alle Griekse vorsten op tot een gezamenlijke oorlog tegen Troje. Tot degenen die aan deze oproep gehoor gaven behoorde ook Idomeneus (Idomeneo), koning van Kreta, met zijn uitgebreide vloot een van de rijkste en machtigste vorsten van Griekenland.

Vanwege zijn belangrijke inbreng (hij toog met een even grote vloot ten oorlog als Agamemnon) kreeg Idomeneo na de val van Troje een rijke oorlogsbuit en een aantal gevangenen toegewezen, onder wie de Trojaanse prinses Ilia, dochter van koning Priamus. De schepen met deze buit en zijn gevangenen zond hij vooruit naar Kreta, maar evenals Odysseus werd Idomeneo het slachtoffer van de toorn van de zeegod Poseidon (Neptunus), en een deel van zijn vloot ging voor de kust van Kreta in een storm ten onder. De Kretenzers onder aanvoering van Idamantes (Idamante), de zoon van Idomeneo, kwamen de schipbreukelingen te hulp, en Idamante zelf slaagde erin Ilia uit de woeste golven te redden. Idamante nam haar als gast op in het paleis van zijn vader, dit tot ongenoegen van Elektra (Elettra), dochter van Agamemnon, die in deze versie van het verhaal de uitslag van de strijd om Troje op Kreta afwacht. Tijdens haar verblijf had Elettra namelijk een heimelijke liefde opgevat voor Idamante, maar zij moet nu met lede ogen toezien hoe een sterke wederzijdse sympathie groeit tussen Idamante en Ilia.

Ook het schip van Idomeneo is inmiddels in een hevige storm terechtgekomen. Idomeneo vreest zijn vaderland nooit meer te zullen terugzien; hij bidt Neptunus dat deze zijn leven zal sparen en in zijn wanhoop belooft hij hem uit dank het eerste levende wezen te offeren dat hem op Kreta tegemoetkomt.

Eerste bedrijf

Het paleis van Idomeneo

Ilia voelt zich heen en weer geslingerd tussen haar vaderlandsliefde en haar gevoelens voor Idamante, de zoon van een van de vorsten die haar vaderstad verwoest hebben. Zij weert daarom een toenaderingspoging van Idamante af, ondanks het feit dat deze haar juist de vreugdevolle tijding komt brengen dat alle Trojaanse gevangenen op zijn bevel zullen worden vrijgelaten. Kretenzers en Trojanen bezingen daarop gezamenlijk de terugkeer van de vrede. Aan de vreugde komt een einde als de trouwe Arbace het bericht brengt dat het schip met Idomeneo en zijn gevolg in de golven ten onder is gegaan.

Droefheid bevangt iedereen, behalve Elettra, die vervuld wordt van machteloze woede. Zij hoopte op de steun van Idomeneo bij haar pogingen Idamante als echtgenoot voor zich te winnen, maar zijn dood betekent dat Idamante als nieuwe vorst van Kreta zijn lot in eigen handen heeft, en zij twijfelt er niet aan dat hij de voorkeur zal geven aan een huwelijk met Ilia.

Terwijl de storm voortwoedt en het volk de goden om erbarmen bidt, wordt Idomeneo uitgeput op de kust geworpen. Zijn vreugde over zijn redding blijkt van korte duur, want nu reeds voelt hij de wroeging knagen bij het idee dat zijn belofte aan Neptunus aan een medemens het leven zal kosten. Zo wordt hij gevonden door de bedroefde Idamante. Omdat deze nog een kind was toen Idomeneo ten strijde trok, herkennen vader en zoon elkaar niet. Pas als Idamante hem toevertrouwt dat hij treurt om de dood van zijn vader, dringt de afgrijselijke waarheid tot Idomeneo door. Hij maakt zich bekend, maar vlucht meteen daarna, Idamante in grote verwarring achterlatend.

De zee is helemaal rustig. De Kretenzische troepen die met Idomeneo meegekomen zijn, gaan aan land. De krijgers zingen ter ere van Neptunus; de vrouwen snellen toe om hun mannen te omhelsen bij hun behouden terugkomst en uiten eveneens hun vreugde.

Tweede bedrijf

Het paleis van Idomeneo

Idomeneo klaagt zijn nood bij Arbace, die hem aanraadt Idamante weg te zenden van Kreta. Idomeneo besluit Idamante opdracht te geven Elettra naar haar vaderland Argos te begeleiden. Ilia, die zich inmiddels in haar lot geschikt heeft, vertrouwt Idomeneo toe dat ze Kreta van nu af als haar nieuwe vaderland wil beschouwen. Uit haar woorden proeft hij een wederzijdse liefde tussen haar en Idamante, en dat maakt de wroeging over zijn noodlottige gelofte nog groter.

Inmiddels zijn de voorbereidingen voor het overhaaste vertrek van Idamante en Elettra in volle gang, overigens tot vreugde van de Griekse prinses, die van de situatie gebruik wil maken om Idamante voor zich te winnen.

De haven van Kreta

Vol vreugde wacht Elettra op het moment waarop zij aan boord kan gaan van het schip dat haar naar Argos zal brengen. Ook Idomeneo ziet het schip het liefst zo snel mogelijk afvaren, maar Idamante valt de scheiding van Kreta en van zijn geliefde Ilia zwaar. Geroerd neemt hij afscheid van zijn vader, maar juist als hij met Elettra aan boord wil gaan, steekt een hevige storm op, die de afvaart verhindert. Een nieuw onheil, waarvan alleen Idomeneo de oorzaak kent, bedreigt het volk.

Derde bedrijf

De tuin bij het paleis van Idomeneo

Ilia mijmert over haar liefde voor Idamante. Ze wordt gestoord door Idamante zelf, die haar vertelt dat een afgrijselijk monster dood en verderf zaait onder de bevolking en dat hij met gevaar voor eigen leven wil pogen dit monster te doden. Deze mededeling breekt bij Ilia de laatste weerstand. Zij verklaart hem haar liefde, maar hun samenzijn wordt onderbroken door Idomeneo en Elettra.  Idomeneo dringt nogmaals aan op een spoedig vertrek naar Argos, maar Idamante verkiest zijn eigen weg te gaan, ook al brengt die hem de dood. Ilia wil hem daarbij vergezellen, maar Elettra voelt haar wraakzucht weer toenemen.

Het plein vóór het paleis

Terwijl Idamante op weg is om de strijd met het monster aan te binden, maakt Idomeneo onder druk van de hogepriester en het verzamelde volk bekend dat alleen de offerdood van zijn zoon een einde kan maken aan de toorn van Neptunus. Diepe droefheid bevangt allen.

De tempel van Neptunus

Idomeneo en de priesters treffen voorbereidingen voor de offerceremonie; dan klinken plotseling jubelkreten. Idamante heeft gezegevierd en het monster gedood. Als hij, omringd door jubelende Kretenzers, de tempel betreedt, ervaart hij welk lot hem wacht. Hij verklaart zich bereid te sterven als het welzijn van rijk en volk dat van hem eist. Ilia komt tussenbeide en biedt zichzelf als zoenoffer aan, maar meteen na haar edelmoedig aanbod verklaart een stem uit de diepte van de aarde dat de liefde overwonnen heeft. Idomeneo zal moeten terugtreden ten gunste van Idamante en als deze ook nog trouwt met Ilia, zullen de goden verzoend zijn. De algehele vreugde die hierop volgt, wordt niet gedeeld door Elettra, maar haar protesten zijn vergeefs. Idomeneo kondigt het volk zijn troonsafstand aan en stelt Idamante voor als zijn opvolger. Tevens maakt hij het huwelijk van Idamante met Ilia bekend, en met instemming van allen spreekt hij de hoop uit dat dit huwelijk een blijvende vrede zal inluiden. Hierop volgt de kroning en de huldiging van het bruidspaar.

Programma

Ouverture

Atto I

No. 3        Coro "Godiam la pace, trionfi Amore"

                 Recitativo "Estinto è Idomeneo?" (Elettra)

No. 4        Aria "Tutte nel cor vicento" (Elettra)

No. 5        Coro "Pietà! Numi, pietà!

                 Pantomima e Recitativo "Eccoci salvi alfin" (Idomeneo) 

                 Recitativo "Cieli! che veggo? (Idomeneo, Idamante)

No. 7        Aria "Il padre adorato" (Idamante)

No. 9        Coro (Ciaccona) "Nettuno s'onori, quel nome risuoni"

Atto II

No.10b     Scena con Rondo KV 490

                 Recitativo "Non piu. Tutto ascoltai" (Ilia, Idamante)

                 Rondo "Non temer, amato bene" (Idamante)

No.12a     Aria "Fuor del mar" (Idomeneo)

                 Recitativo "Frettolosa e giuliva Elettra vien" (Idomeneo, Elettra) + eerste deel  No. 14.

No.13       Aria "Idoli mio, se ritroso" (Elettra)

                 Recitativo "Sidonie sponde" (Elettra)

No.15       Coro "Placido è il mar, andiamo" (Elettra, Coro)

                 Recitativo "Vattene, prence" (Idomeneo, Idamante)

No.16       Terzetto "Pria di partir, oh Dio!" (Elettra, Idamante, Idomeneo)

                 ..... la tempesta .....

No.17       Coro "Qual novo terrore!"

                 Recitativo "Eccoti in me, barbaro Nume!" (Idomeneo)

No.18       Coro ""Corriamo, fuggiamo"

 PAUZE

Atto III

                 Recitativo ‘Solitudine amiche’ (Ilia) +

No.19       Aria ‘Zeffiretti lusinghieri’ (Ilia)

                 Recitativo "Principessa, a' tuoi sguardi" (Idamante, Ilia) +

No.20b     Duetto KV 489 "Spiegarti non poss'io" (Ilia, Idamante)

                 Recitativo "Cieli! Che vedo?" (Idomeneo, Ilia, Idamante, Elettra)

No.21       Quartetto "Andrò ramingo e solo" (Ilia, Elettra, Idamante, Idomeneo)

No.23       Recitativo "Volgi intorno lo sguardo, oh sire" (Gran Sacerdote, Idomeneo)

No.24       Coro "Oh voto tremendo!" (Gran Sacerdote, Coro)

No.26       Cavatina con coro "Accogli, oh re del mar" (Idomeneo, Sacerdoti)

                 Coro "Stupenda vittoria"

No.28a     La Voce "Idomeneo cessi esser re"

No.30       Recitativo "Popoli, a voi l'ultima legge" (Idomeneo)

No.31       Coro "Scenda Amor, scenda Idomeneo"

Terug naar overzicht concerten